Epstein-Barr virus (EBV)

MS ontstaat niet door één oorzaak, maar door een samenspel van meerdere factoren. EBV is de enige factor die alle mensen met MS gemeen hebben. Wat maakt dit virus zo bijzonder?

Het Epstein-Barr virus (EBV) komt veel voor: 90 tot 95% van de volwassenen draagt het bij zich. De meeste mensen raken al op jonge leeftijd besmet, vaak zonder het te merken. Een klein deel wordt wel ziek, bij deze groep veroorzaakt het virus de ziekte van Pfeiffer.

EBV onderscheidt zich van veel andere virussen doordat het B-cellen infecteert: afweercellen die juist bedoeld zijn om ‘indringers’ op te ruimen. Het virus verstopt zich dus in de cellen die het virus zouden moeten bestrijden. Daardoor kan EBV de afweerreactie beïnvloeden en levenslang in ons lichaam aanwezig blijven. Bij de meeste mensen houdt een gezond afweersysteem het virus goed onder controle. Bij mensen met MS raakt die afweer juist uit balans. EBV is daarbij een belangrijke aanjager.

Vrijwel iedereen komt in aanraking met EBV, maar slechts een kleine groep mensen ontwikkelt later MS. Andersom hebben alle mensen met MS wel een EBV-infectie doorgemaakt. Dat maakt EBV een belangrijke gemeenschappelijke factor, maar niet de enige verklaring voor het ontstaan van MS. Een EBV-infectie alleen is dus niet genoeg. MS ontstaat pas wanneer meerdere factoren samenkomen: erfelijke aanleg, een EBV-infectie en andere omgevingsfactoren. Samen kunnen zij het afweersysteem uit balans brengen en zo bijdragen aan het ontstaan van MS. Ook het moment waarop iemand aan deze factoren wordt blootgesteld, lijkt belangrijk. 

EBV en de ziekte van Pfeiffer kunnen het risico op MS verhogen, maar veroorzaken MS niet direct. De meeste mensen die EBV hebben doorgemaakt, krijgen geen MS.

Onderzoekers verdiepen zich in EBV aan de hand van drie kernvragen:

  • Hoe beïnvloedt EBV het afweersysteem?
  • Wat is het samenspel tussen EBV en erfelijke- en omgevingsfactoren?
  • Kan kennis over EBV helpen om MS te voorkomen of te behandelen?

Meer inzicht in de wisselwerking tussen EBV, het afweersysteem en erfelijke aanleg helpt onderzoekers om steeds gerichtere behandelingen te ontwikkelen.

EBV is één van de oorzaken van MS. Waarom niet iedereen die een infectie doormaakt later MS ontwikkelt, weten we nog niet precies. Wel is duidelijk dat erfelijke aanleg samengaat met een te sterke afweerreactie tegen EBV. Daarbij zijn er aanwijzingen dat EBV niet alleen het ontstaan, maar ook de ernst en het verloop van MS beïnvloedt. Die kennis is belangrijk om nieuwe mogelijkheden voor preventie en behandeling te vinden.

Onderzoek laat ook zien dat vooral de kinder- en tienerjaren een kwetsbare periode zijn. Dat geldt onder meer voor een EBV-infectie en blootstelling aan sigarettenrook, maar ook voor leefstijlfactoren zoals overgewicht.

EBV is een bijzonder slim virus. Na een infectie nestelt het zich in B-cellen: de afweercellen die normaal gesproken helpen om virussen op te ruimen. Eenmaal in deze cellen kan EBV hun uiterlijk en gedrag veranderen. Daardoor kunnen B-cellen te veel signalen afgeven aan andere afweercellen, die vervolgens overactief worden. Deze sterke afweerreactie kan daarbij de bloed-hersenbarrière verstoren: de natuurlijke grens die de hersenen beschermt tegen schadelijke invloeden van buiten. Als die grens verzwakt, kunnen door EBV geactiveerde afweercellen de hersenen binnendringen. Daar kunnen zij ontstekingen veroorzaken (MS-laesies), waardoor myeline wordt afgebroken.

Onderzoekers willen beter begrijpen welke afweerprocessen EBV op gang brengt en hoe behandelingen deze processen kunnen afremmen.

Of een EBV-infectie uiteindelijk tot MS leidt, hangt waarschijnlijk af van meerdere factoren tegelijk. Bij mensen met erfelijke aanleg voor actieve afweercellen kan EBV, samen met omgevingsfactoren zoals een vitamine D-tekort of blootstelling aan sigarettenrook, de optelsom vormen die het afweersysteem verder uit balans brengt. Onderzoekers willen nog beter begrijpen welke combinatie daarbij doorslaggevend is, en waarom de één wel MS ontwikkelt en de ander niet.

Onderzoekers willen beter begrijpen waarom EBV bij sommige mensen bijdraagt aan MS, terwijl anderen na een infectie geen MS ontwikkelen.

Omdat EBV de enige factor is die alle mensen met MS gemeen hebben, onderzoeken wetenschappers of het kan helpen om het virus gericht aan te pakken. Bijvoorbeeld met behandelingen die de groei van het virus remmen, of die B-cellen met EBV opsporen en uitschakelen. Daarbij staat veiligheid voorop. Een behandeling of vaccin tegen EBV moet de schadelijke afweerreactie namelijk afremmen, en niet onbedoeld versterken. Daarom is meer kennis nodig over hoe en wanneer EBV bijdraagt aan zenuwschade bij MS. Met die kennis kunnen toekomstige behandelingen zo gericht en veilig mogelijk worden ontwikkeld.

Onderzoekers bestuderen of het ingrijpen op EBV veilig en effectief kan zijn om MS te behandelen of mogelijk zelfs te voorkomen.

“Met een vaccin stimuleer je een afweerreactie, terwijl we juist denken dat die reactie bij MS al te sterk is. Vaccineren tegen EBV brengt dus ook een risico met zich mee.”

Dr. Joost Smolders, MS Centrum ErasMS

Onderzoek naar EBV en MS is volop in ontwikkeling. Elk project levert nieuwe kennis op over het virus, het afweersysteem en de vraag waarom sommige mensen wel MS ontwikkelen en anderen niet. Dat vraagt tijd, geduld en geld, maar brengt ons stap voor stap dichter bij antwoorden.
 
Hoe beter we de rol van EBV bij MS begrijpen, hoe groter de kans op nieuwe behandelingen en mogelijk zelfs manieren om MS te voorkomen. Daarom blijft vervolgonderzoek naar EBV van groot belang voor iedereen die leeft met MS.